Seigneur Dieu, oy l'oraison mienne (Claude Goudimel)

From ChoralWiki
Jump to: navigation, search

Music files

L E G E N D Disclaimer How to download
ICON SOURCE
Icon_pdf.gif Pdf
Icon_snd.gif Midi
MusicXML.png MusicXML
Logo_capella-software_kurz_2011_16x16.png Capella
File details.gif File details
Question.gif Help
  • (Posted 2017-07-24)   CPDL #45585:         
Editor: Klaas Spijker (submitted 2017-07-24).   Score information: A4, 16 pages, 2.18 MB   Copyright: CPDL
Edition notes: Notated from original partbooks. MusicXML source file is in compressed .mxl format.

General Information

Title: Seigneur Dieu, oy l'oraison mienne
Composer: Claude Goudimel
Lyricist: Clement Marot

Number of voices: 4vv   Voicing: SATB
Genre: SacredMotet

Language: French
Instruments: A cappella

First published: 1557

Description: from TIERS LIVRE CONTENANT HVIT PSEAVMES DE DAVID, […] (en forme de Motetz) […]par CLAUDE GOUDIMEL. (Geneve 1557)

External websites: http://gallica.bnf.fr/ark:/12148/btv1b9059780x

Original text and translations

French.png French translation

Pseaulme Cent quarante et troisiesme traduction par Cl. Marot
Domine exaudi orationem meam, auribus percipe.
 
Argument: C'est la priere qu'il feit, quand par craincte de Saül il se cacha en une fosse, où il s'attendoit d'estre pris, dont il estoit en grande angoisse. Pseaulme propre à ceulx qui sont prisonniers pour la foy.
 
Seigneur Dieu, oy l'oraison mienne:
Jusqu'à tes oreilles parvienne
Mon humble supplication:
Selon la vraye mercy tienne
Responds moy en affliction.
 
Avec ton serviteur n'estrive;
Et en plein jugement n'arrive,
Pour ses offenses luy prouver:
Car devant toy homme qui vive,
Juste ne se pourra trouver.
 
Las, mon ennemy m'a faict guerre,
A prosterné ma vie en terre:
Encor ne luy est pas assez,
En obscure fosse m'enserre,
Comme ceulx, qui sont trespassés.
 
Dont mon âme ainsi empressée,
De douleur se trouve oppressée,
Cuydant que m'as abandonné:
J'en sens dedans moy ma pensée
Troublée, et mon cueur estonné.
 
En ceste fosse obscure, et noyre,
Des jours passés j'ay heu memoyre:
Là j'ay tes oeuvres medités,
Et pour confort consolatoyre,
Les faicts de tes mains recités.
 
Là dedans à toy je souspire,
A toy je tends mes mains, ô Sire,
Et mon âme en sa grand'clameur
A soif de toy, et te desire,
Comme seiche terre l'humeur.
 
Haste toy, soys moy secourable,
L'esprit me fault, de moy damnable
Ne cache ton visage beau:
Aultrement je m'en voys semblable
A ceulx qu'on devalle au tumbeau.
 
Fais moy doncq ouyr de bonne heure
Ta grâce, car en toy m'asseure:
Et du chemin, que tenir doy,
Donne m'en congnoissance seure,
Car j'ay levé mon cueur à toy.
 
O Seigneur Dieu, mon esperance,
Donne moy pleine delivrance
De mes poursuyvants ennemys,
Puis que chés toy, pour asseurance,
Je me suis à refuge mys.
 
Enseigne moy comme il fault faire
Pour bien ta voulunté parfaire,
Car tu es mon vray Dieu entier:
Fais que ton esprit debonnaire
Me guide, et meine au droict sentier.
 
O Seigneur, en qui je me fie,
Restaure moy, et vivifie,
Pour ton Nom craint, et redoubté:
Retire de langueur ma vie,
Pour monstrer ta juste bonté.
 
Touts les ennemys qui m'assaillent,
Fais par ta mercy qu'ilz deffaillent:
Et rends confonduz, et destruicts
Touts ceulx qui ma vie travaillent,
Car ton humble serviteur suis.

Dutch.png Dutch translation

Psalm 143 (Berijming Petrus Datheen)
1 Wil mijn gebed, o Heer, verhoren,
 Laat toch komen tot Uwe oren
 Mijn smeken en mijn treurigheid;
 En naar Uwe goedheid alvoren
 Antwoord mij in mijn tegenheid.
2 Wil Heer met Uwen knecht niet treden
 In 't recht naar Uw gerechtigheden,
 Dat hij niet koom' in straf en pijn;
 Want Heer, geen mense hier beneden
 En kan voor U onschuldig zijn.
3 Mijn vijand vervolgt mij gaar zere,
 Om mij neder te werpen, Heere,
 Hij laat het niet blijven daarbij:
 Maar in enen kuil met onere,
 Als waar ik dood, verbergt hij mij.
4 Daardoor is mijn ziel zeer beladen
 Met benauwdheid vroeg ende spade;
 Ik schijne verlaten met haast;
 Dies door deez' tegenheid en schade
 Is mijn hart beroerd en verbaasd.
5 In dezen duisteren kuil klachtig,
 Ben ik des ouden tijds gedachtig,
 En Uwer werken, Heer, zeer goed;
 Ik verhaal t' mijner trooste klachtig,
 Die groot' daden, die Uw hand doet.
6 Daar zucht ik zeer in zulke standen,
 En strekke tot U Heer, mijn handen;
 Mijn ziel is door 't roepen gelijk
 Den dorren uitgedroogden landen,
 En als een zeer dorstig aardrijk.
7 Verhoor mij nu haast, o Heer goedig;
 't Hart is flauw, ik ben schier kleinmoedig;
 En verberg mij Uw aanschijn niet,
 Of ik moet hun gelijk zijn spoedig,
 Die men in de graven diep schiet.
8 Laat mij vroeg Uw genaad' aanschouwen,
 Op U staat mijn hoop in 't benauwen;
 Maak mij toch den rechten weg kond,
 Dien ik gaan moet; want, Heer vol trouwe,
 Tot U hef ik op hart en mond.
9 O God! mijn hopening zeer reine,
 Verlos mij uit den nood niet kleine
 Mijner vijanden wreed en fel.
 Gij zijt, Heer, mijn toevlucht alleine,
 Ja Gij, o God, en niemand el.
10 Leer mij Heer, naar Uw welbehagen
 Wandelen recht zonder versagen;
 Want Gij toch zijt mijn God voorwaar.
 Dat Uwe Geest alle mijn dagen
 Mij leid' in Uwen weg eerbaar.
11 O Heer, wil toch door Uwen Name
 Mijn ziele verkwikken bekwame,
 Ende levendig maken blij;
 Verlos mij uit nood, angst en blame,
 Door Uwe gerechtigheid vrij.
12 Mijn vijanden, die mij bestrijden,
 Doe Heer, teniet tot deze tijden;
 Door Uw goedheid verderf ook slecht
 Hen, die mijn ziel aandoen groot lijden;
 Want ik ben Uw getrouwe knecht.

Original text and translations may be found at Psalm 143.